Toestemming verhuizing

Regelmatig komt het voor dat een van de ouders met of zonder kinderen wil gaan verhuizen. Is er sprake van gezamenlijk gezag en wil de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben met de kinderen verhuizen, dan zal deze ouder hiervoor toestemming moeten vragen aan de andere ouder. Het verhuizen van de kinderen wordt namelijk gezien als een gezagskwestie. Is het juist de ouder bij wie de kinderen niet hun hoofdverblijfplaats hebben die wil verhuizen, dan is geen toestemming vereist van de andere ouder. Het gaat dan immers niet om de verzorging en opvoeding van de kinderen. Als vanzelfsprekend kan dit wel consequenties hebben voor de geldende zorgregeling en verdient het aanbeveling om hierover met de andere ouder in overleg te treden.

 

Als er geen sprake is van eenhoofdig gezag, staat het de gezaghebbende ouder vrij om met de kinderen te verhuizen.

 

Indien de andere ouder met gezag weigert om toestemming te verlenen voor de voorgenomen verhuizing met de kinderen, bestaat er de mogelijkheid om vervangende toestemming aan de rechter te vragen. Voor een dergelijke procedure heeft u een advocaat nodig. De rechter zal dan vervolgens een belangenafweging maken, waarbij alle omstandigheden van het geval een rol spelen. In het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008 ¹ is geoordeeld dat daarbij in ieder geval aan de volgende criteria moet worden getoetst:

 

  • het recht en belang voor de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
  • de noodzaak om te verhuizen;
  • de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
  • de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarigen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
  • de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
  • de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
  • de verdeling van de zorgtaken en continuïteit van de zorg;
  • de frequentie van het contact tussen de minderjarigen en de andere ouder voor en na de verhuizing;
  • de leeftijd van de minderjarigen, hun mening en de mate waarin de minderjarigen geworteld zijn in hun omgeving of juist extra gewend zijn aan verhuizingen;
  • de (extra) kosten van omgang na de verhuizing.

 

Uiteindelijk zal het van de concrete situatie en omstandigheden van het geval afhangen of de rechter vervangende toestemming voor de verhuizing verleent. In alle gevallen is het raadzaam om de uitspraak van de rechter af te wachten. Er zijn namelijk gevallen bekend waarin de rechter een ouder die zonder toestemming met de kinderen was verhuisd, heeft verplicht om weer terug te verhuizen naar de oorspronkelijke woonplaats of de hoofdverblijfplaats van de kinderen wijzigt van de ouder die zonder toestemming is verhuisd naar de achterblijvende ouder.

¹ Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901.