Coronavirus COVID-19

Ook bij Boeve Familierecht volgen wij het nieuws rondom de verspreiding van het coronavirus op de voet. Op dit moment kunnen wij onze werkzaamhede nog relatief onbelemmerd uitvoeren, maar op de achtergrond zijn we al wel bezig met het treffen van voorzorgsmaatregelen mochten we ook in Nederland met een “lock down” geconfronteerd worden. Wij zorgen ervoor dat we ook in die tijden, uw belangen kunnen blijven behartigen. Uiteraard houden wij de adviezen van het RIVM en andere overheidsinstanties goed in de gaten en zullen deze adviezen door ons altijd worden opgevolgd.

Wij geven er de voorkeur aan op dit moment – indien dit niet echt noodzakelijk is – direct contact met cliënten en andere partijen waar mogelijk te vermijden, zodat we hiermee in ieder geval ons steentje bijdragen, om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen.

Wij bieden u om deze reden dan ook de mogelijkheid om door middel van Skype of Facetime met ons in gesprek te gaan, indien u daaraan de voorkeur geeft boven telefonisch overleg. Voelt u deze behoefte, schroom niet ons dat te laten weten, wij beschikken over de meest moderne communicatiemiddelen.

Voor de goede orde merken we voor bestaande cliënten op, dat reeds geplande zittingen/mondelinge behandelingen op de rechtbank of bij het gerechtshof in de periode tot en met 5 april a.s., worden uitgesteld tenzij de zaak dermate spoedeisend is dat het geen uitstel kan dulden. Uw behandelend advocaat neemt hierover contact met u op.

Boeve Familierecht zal er alles aan doen om zo goed mogelijk zorg te blijven dragen voor adequate  juridische dienstverlening en zal ook nog steeds nieuwe zaken aannemen. Heeft u dus vragen omtrent een familierechtelijk geschil neem gerust contact met ons op via info@boevefamilierecht.nl of 026-3823114.

 

Indexatie alimentatie

Boeve Familierecht wenst iedereen een gelukkig, gezond en liefdevol 2020!

Ter herinnering brengen wij onder uw aandacht, dat per 1 januari 2020 alle alimentatiebedragen met 2,5% dienen te worden geïndexeerd, tenzij partijen de wettelijke indexering in een convenant of ouderschapsplan hebben uitgesloten.

Heeft u vragen over dit, of andere, onderwerp(en)? Schroom niet om contact met ons op te nemen via 026-3823114 of info@boevefamilierecht.nl

 

Nieuwe stap!

Per heden zijn wij toegetreden als een van de partners van de website, www.nieuwestap.nl een informatieve website over scheiden en alles wat daar mee te maken heeft!

Check https://nieuwestap.nl/etalage/boeve-familierecht/ voor onze etalage.

 

Openingstijden tijdens de feestdagen

Boeve Familierecht & Mediation wenst iedereen fijne feestdagen en een heel gelukkig, gezond en liefdevol 2020!

Onze openingstijden tijdens de feestdagen zijn:

Maandag 23 december 8.30-17.30 uur

Dinsdag 24 december 8.30 -15.00 uur

Woensdag 25 december gesloten

Donderdag 26 december gesloten

Vrijdag 27 december gesloten

Maandag 30 december 8.30 – 17.30 uur

Dinsdag 31 december gesloten

 

In spoedeisende gevallen kunt u o.v.v. uw telefoonnummer een email zenden naar info@boevefamilierecht.nl een van onze advocaten zal dan zo spoedig als mogelijk contact met u opnemen.

Woning of aandelen verdeeld? Vergeet niet naar de notaris te gaan!

Geregeld komt het voor dat partijen die in gemeenschap van goederen zijn gehuwd bij hun scheiding een woning of aandelen in een BV of NV hebben te verdelen. Er kan dan voor worden gekozen om de woning of de aandelen te verkopen aan een derde, maar ook kan er voor worden gekozen om de woning of aandelen toe te delen aan een van de echtgenoten. Op die manier komt er een einde aan het gemeenschappelijk eigendom van de woning of de aandelen en wordt dit privéeigendom van een van de echtgenoten.

Vaak worden er in het echtscheidingsconvenant goede afspraken gemaakt over de toedeling van de woning of de aandelen aan een van de echtgenoten. Er wordt een waarde aan de woning of de aandelen toegekend waartegen de andere echtgenoot het goed mag overnemen en ook andere voorwaarden worden vaak vastgelegd. Maar alleen de afspraken in een echtscheidingsconvenant zijn niet voldoende. Om het gezamenlijk eigendom van de woning of de aandelen rechtsgeldig over te dragen aan een van de echtgenoten, is namelijk ook een zogenaamde juridische levering vereist. Het feit dat de aandelen of de woning voordat er gehuwd werd in gemeenschap van goederen, alleen op naam van de echtgenoot stonden die deze aandelen of de woning na scheiding ook krijgt toegedeeld, maakt dit niet anders. Immers, door het huwelijk zijn de woning of aandelen gemeenschappelijk eigendom geworden, ook al staan ze op naam van een van beide echtgenoten.

Daar waar bijvoorbeeld de inboedelgoederen juridisch geleverd worden door het bezit van de goederen over te dragen aan de echtgenoot aan wie de goederen zijn toegedeeld, ligt dit bij een woning en aandelen anders. Voor de juridische levering van een woning of aandelen is namelijk een notariële akte vereist. Vervolgens moet deze akte door de notaris worden ingeschreven in de openbare registers. Pas daarna zijn de woning of de aandelen rechtsgeldig overgedragen aan een van de echtgenoten.

Helaas zien wij regelmatig in onze praktijk voorbij komen, dat partijen na de echtscheiding vergeten zijn om naar de notaris te gaan. Het gevolg daarvan is dat de woning of de aandelen al die tijd gezamenlijk eigendom zijn gebleven en dat er alsnog juridisch geleverd moet worden. Deze situatie  komt vaak pas aan het licht als de aandelen of woning op een later moment na echtscheiding moeten worden geleverd aan een andere partij (bijvoorbeeld door verkoop van de woning). Dit is natuurlijk erg vervelend. Het is dan ook van groot belang om u bij een echtscheiding goed voor te laten lichten en uw convenant nog eens na te kijken en te checken of alle leveringshandeling wel op de juiste wijze zijn verricht. De advocaten van Boeve Familierecht voorzien u graag van deskundig advies. U kunt hiervoor contact opnemen met 026-3823114 of info@boevefamilierecht.nl.

Gezocht! Talent op het gebied van het familierecht en erfrecht

Wegens vertrek van een van onze gewaardeerde collega’s is Boeve Familierecht & Mediation op zoek naar een ervaren Advocaat-Medewerker.

Boeve Familierecht & Mediation, is een niche kantoor op het gebied van familierecht en erfrecht. Boeve Familierecht & Mediation is gevestigd in het centrum van Arnhem. De cliënten van ons kantoor zijn voornamelijk ondernemers, partners van ondernemers of meer vermogende particulieren die verwikkeld zijn in een familierechtelijke of erfrechtelijke procedure, danwel aankloppen voor mediation.

Boeve Familierecht & Mediation is op zoek naar een gespecialiseerde familierecht- of erfrechtadvocaat, die in ieder geval:

  • de opleiding tot gespecialiseerd familierechtadvocaat en scheidingsmediator (Vfas) heeft afgerond;
  • bereid is zich volledig op het familierecht & erfrecht te richten;
  • een hart heeft voor mediation;
  • deels een eigen praktijk heeft en deze verder wil uitbouwen;
  • de taal van de ondernemer spreekt;
  • cijfermatig goed onderlegd is;
  • een dienstverlener pur sang is;
  • oplossingsgericht is, maar een procedure niet schuwt;
  • lef heeft;
  • empathisch is en dat ook uitstraalt;
  • flexibel en ambitieus is.

Boeve Familierecht & Mediation biedt:

  • een dienstverband voor minimaal 32 uur;
  • een goed salaris inclusief interessante bonusregeling;
  • mogelijkheid tot flexibel werken;
  • goede opleidingsmogelijkheden;
  • doorgroei mogelijkheden;

Sollicitaties voorzien van een motivatie waarom juist jij ons team moet komen versterken, kunnen tezamen met jouw C.V. , gericht worden aan mr. Anne-Dien Oosterhuis-Boeve, via: info@boevefamilierecht.nl

Voor vragen over deze vacature, bel gerust met Anne-Dien Oosterhuis-Boeve: 026 – 382 31 14

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

 

Twijfels over de omvang van een nalatenschap?

Het komt helaas vaker voor. U bent erfgenaam in een nalatenschap van bijvoorbeeld een van uw ouders en u verkeert in de veronderstelling dat er nog een aardig saldo op de bankrekening van uw vader of moeder zou moeten staan. Na het overlijden blijkt dit saldo echter nagenoeg nihil te zijn.

Over een soortgelijke kwestie heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich recentelijk gebogen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6061.) Het ging hier om de nalatenschap van een meneer op leeftijd, die na zijn overlijden vrijwel volledig uitgehold bleek te zijn. Erflater liet twee erfgenamen na. Eén van de erfgenamen beschikte over een volmacht voor onder andere de bankrekeningen van erflater en verzorgde tijdens de laatste jaren van het leven van erflater zijn financiën. Na het opvragen van de rekeningafschriften blijkt dat de erfgenaam met de volmacht grote opnames en betalingen ten behoeve van zichzelf heeft verricht. De mede-erfgenaam vraagt vervolgens naar aanleiding hiervan aan de erfgenaam met de volmacht om rekening en verantwoording af te leggen over de uitgaven en opnames van de bankrekeningen. De gemachtigde erfgenaam weigert dit te doen, waarna de mede-erfgenaam naar de rechter is gestapt. De rechter heeft de erfgenaam met de volmacht veroordeeld om rekening en verantwoording af te leggen vanaf het moment van ontstaan van de volmacht. In hoger beroep is deze uitspraak van de rechtbank in stand gebleven. De gemachtigde erfgenaam zal zich nu dus moeten gaan verantwoorden over de opnames en de uitgaven die hij heeft gedaan. Indien hij dit niet (of niet voldoende) doet, zou het gevolg kunnen zijn dat er tot de nalatenschap een vordering op de gemachtigde erfgenaam gaat behoren. Afhankelijk van de verrichte opnames en betalingen kan die vordering fors oplopen en kan het zo zijn dat de mede-erfgenaam toch nog recht heeft op enig bedrag uit de nalatenschap.

Verkeert u in een soortgelijke situatie? Dan raden wij u aan om deskundig advies in te winnen. De advocaten van Boeve Familierecht kunnen u hierin bijstaan. Voor vragen over dit onderwerp of andere erfrechtkwesties, kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen via 026-3823114 of info@boevefamilierecht.nl.

Wijziging fiscale aftrek partneralimentatie per 2020

Daar waar kinderalimentatie al enige jaren niet meer fiscaal aftrekbaar is, is partneralimentatie dat tot op heden nog wel. Dit betekent dat de alimentatieplichtige een brutobedrag aan alimentatie voldoet aan de alimentatiegerechtigde. Degene die de partneralimentatie betaalt, mag dit in de belastingaangifte aftrekken. Daarentegen dient degene die de partneralimentatie ontvangt de bijdrage op te geven als inkomen waarover belasting moet worden betaald. In het Belastingplan 2019 heeft het kabinet echter vastgelegd dat de fiscale aftrek van partneralimentatie geleidelijk aan afgebouwd zal worden, van 52% in 2019 naar uiteindelijk 37% in 2023. De afbouw ziet er als volgt uit:

  • 2019 : 52%
  • 2020 : 46%
  • 2021 : 43%
  • 2022 : 40%
  • 2023 : 37%

Concreet betekent dit dat de alimentatieplichtige meer belasting zal moeten gaan betalen en dat zijn of haar draagkracht dus omlaag gaat. Met andere woorden: er blijft minder geld over om partneralimentatie aan partneralimentatie te kunnen besteden. Voor de alimentatieplichtige kan dit een reden vormen om wijziging te verzoeken van een bestaande alimentatieverplichting, zodat hier rekening mee kan worden gehouden.

Overigens zal deze verandering voornamelijk gevolgen hebben voor alimentatieplichtigen met een inkomen vanaf € 68.500. Hun inkomens worden in het vervolg namelijk nog wel belast tegen het toptarief van 52%, terwijl de fiscale aftrek uiteindelijk nog maar 37% zal zijn. Voor de lagere inkomens zal er geen achteruitgang optreden, omdat die inkomens in de belastingschijf van 37% vallen en de percentages dus gelijk zijn.

Zoals gezegd gaat deze afbouw pas per 2020 in. Niet alleen voor lopende alimentatieverplichtingen kan het zinvol zijn om advies in te winnen voor de mogelijke gevolgen. Ook bij nieuwe verplichtingen is het raadzaam om alvast rekening te houden met de verminderde aftrek. Indien u vragen heeft over dit onderwerp of een ander familierechtelijk onderwerp, dan kunt u altijd contact opnemen met ons kantoor via info@boevefamilierecht.nl of 026-3823114.

 

 

 

Echtscheiding met internationale aspecten: waar moet u rekening mee houden?

Steeds vaker zien wij dat er bij een echtscheiding internationale aspecten meespelen. Bijvoorbeeld, wanneer een van de echtgenoten (of beide echtgenoten) ten tijde van de echtscheiding in het buitenland woont of tijdens het huwelijk in het buitenland hebben gewoond. Ook kan het zijn dat (een van) de echtgenoten een andere nationaliteit heeft. Dit kan relevant zijn voor de bevoegdheid van de rechter en het toepasselijk recht op de echtscheiding en de verschillende onderwerpen die aan bod komen bij een echtscheiding.

 

Is de Nederlandse rechter bevoegd?

Om de echtscheidingsprocedure in Nederland te starten, is allereerst van belang dat de Nederlandse rechter bevoegd is. De Nederlandse rechter is in ieder geval bevoegd om over een verzoek tot echtscheiding te beslissen als:

  • Een van de (of beide) echtgenoten in Nederland woont;
  • Als beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit bezitten.

 

De nationale en internationale wetgeving is erg duidelijk en praktisch over de eventuele nevenverzoeken die bij een echtscheiding aan bod kunnen komen. In veel gevallen is de Nederlandse rechter dan ook bevoegd om kennis te nemen van de nevenverzoeken.

 

Toepasselijk recht

Wanneer de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van een echtscheidingsverzoek, dan is niet zonder meer gezegd dat ook het Nederlandse recht van toepassing is. Dit is de tweede vraag die speelt en niet zelden complicaties geeft.

 

Voor wat betreft het verzoek tot echtscheiding is de wet duidelijk:  de hoofdregel is dat de rechter Nederlands recht toepast, ongeacht de verblijfplaats of nationaliteit van de echtgenoten. In afwijking hiervan biedt de wet de mogelijkheid aan echtgenoten om samen een ander toepasselijk recht aan te wijzen. Dit kan dan alleen wanneer de echtgenoten een gezamenlijke vreemde nationaliteit hebben en zij dit recht van toepassing willen laten verklaren.

 

Tot nu toe heb ik alleen gesproken over het toepasselijk recht op het echtscheidingsverzoek. Bij een echtscheiding worden regelmatig ook nevenverzoeken ingediend, zoals een verzoek tot de verdeling of verrekening van het vermogen, kinder- en partneralimentatie en verzoeken met betrekking tot de kinderen. Er is geen eenduidige wettelijke regeling die voorschrijft welk recht op alle nevenverzoeken van toepassing is. Per nevenverzoek moet worden bekeken welke nationale of internationale bron van toepassing is en wat hierin is opgenomen over het toepasselijk recht. Het voert te ver om in 1 blog uit te werken welk recht van toepassing is op de verschillende nevenverzoeken. Voor verschillende nevenverzoeken zijn verschillende internationale bronnen van toepassing.  Zo hebben wij bijvoorbeeld het ‘Haags Alimentatieprotocol 2007’, dat iets zegt over welk recht van toepassing is op het (neven)verzoek tot alimentatie en het ‘Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996’, dat iets zegt over welk recht van toepassing is op verzoeken over ouderlijke verantwoordelijkheid (zoals gezag- en omgangskwesties). Er is dus niet een duidelijke wet die we voor alle verzoeken kunnen toepassen.

 

Ter illustratie een voorbeeldcasus:

Twee Nederlanders trouwen in 2009 in Nederland en verhuizen na drie maanden huwelijk naar Frankrijk. Hier worden hun twee dochters geboren. De vrouw vertrekt in 2019 met de twee kinderen naar Nederland en vraagt hier de echtscheiding aan. Zij vraagt de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken, het hoofdverblijf van de kinderen bij haar te bepalen en zij wil kinder- en partneralimentatie ontvangen.

 

De eerste vraag die luidt: is de Nederlandse rechter bevoegd om van deze verzoeken kennis te nemen? Het antwoord is ja: op grond van nationale en internationale regelgeving is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van zowel het verzoek tot echtscheiding alsook de verzoeken over de kinderen en de alimentatieverzoeken. Dit is te vinden in de internationale ‘Brussel IIbis verordening’ en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

 

De volgende vraag is dan welk recht op de verschillende verzoeken van toepassing is. Zoals ik reeds uitlegde, is op het verzoek tot echtscheiding het Nederlands recht van toepassing. Voor de nevenverzoeken moet steeds worden gekeken welk recht van toepassing is en in welke nationale of internationale bron dit wordt voorgeschreven.

 

Namens de vrouw zijn de volgende nevenverzoeken gedaan:

  1. Vaststelling hoofdverblijfplaats van de kinderen;
  2. Kinderalimentatie;

 

Het onderwerp hoofdverblijf valt onder de (internationale) categorie ‘ouderlijke verantwoordelijkheid’. In dit geval is het (internationale) Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 van toepassing. Hierin is onder meer opgenomen welk recht van toepassing is. Op grond van dit verdrag geldt als hoofdregel dat de rechter die de zaak behandelt, het interne recht toepast. Dit wil in deze casus zeggen dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dan het Nederlandse recht wordt toepast. Maar, hier zijn wel uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld als ter bescherming van het kind een ander recht moet worden toegepast, namelijk het recht van het land waarmee de omstandigheden nauw verbonden zijn. Hier kan dan worden gedacht aan het recht Frankrijk, indien dit recht de belangen van de kinderen meer beschermt.

 

De kinder- en partneralimentatie kan in dit geval samen worden behandeld. In het internationale ‘Haags Alimentatieprotocol’ staat opgenomen welk recht van toepassing is op deze verzoeken. Er wordt in het Haags Alimentatieprotocol wel onderscheid gemaakt tussen kinder- en partneralimentatie, maar de hoofdregel luidt voor beide verzoeken hetzelfde: het recht van het land waar de onderhoudsgerechtigde woont is van toepassing. In dit geval vraagt de vrouw om de kinder- en partneralimentatie en zij is dus de onderhoudsgerechtigde. Omdat zij in Nederland woonachtig is, is in beginsel het Nederlands recht van toepassing zijn. Het Haags Alimentatieprotocol biedt haar wel verschillende mogelijkheden om hierop een uitzondering te maken, waarbij het onderscheid tussen kinder- en partneralimentatie relevant is. Voor beiden zijn bepaalde, bijzondere regels opgenomen.

 

In de geschetste casus is er maar een beperkt aantal nevenverzoeken gedaan, maar ook dan is het belangrijk dat de juiste bronnen voor de verschillende onderwerpen worden geraadpleegd. Zo wordt er in de nationale en internationale regelgeving ook onderscheid gemaakt in de situaties of een verzoek wordt gedaan als nevenverzoek bij een echtscheiding, of dat dit als een op zichzelf staand verzoek wordt ingediend. Ook hierbij kunnen dan andere regels gelden voor wat betreft de bevoegdheid en het toepasselijk recht.

 

Het is belangrijk om alle feiten goed op een rij te hebben, zodat u goed kan worden geïnformeerd over uw rechten en plichten. Het is een complexe materie, die voor u niet gemakkelijk inzichtelijk en duidelijk is. Expertise en maatwerk is hierbij van belang en dit hebben wij hoog in het vaandel staan. Boeve Familierecht kan u ook adviseren en bijstaan bij uw vragen over de internationale aspecten. Heeft u vragen, neemt dan contact met ons op, via 026-3823114 of info@boevefamilierecht.nl

Wet herziening partneralimentatie: tijd voor verandering!

Op 22 mei 2019 is naast de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met het Wetsvoorstel herziening partneralimentatie, welke wetswijziging intussen ook is gepubliceerd in de Staatscourant (Stb.2019, 283). De plannen voor de herziening van de regels omtrent partneralimentatie lagen er al langer, maar dit voorjaar is het besluit tot verandering dan eindelijk genomen. De nieuwe wet gaat ervoor zorgen dat de duur van de partneralimentatieverplichting wordt ingekort en zal per 1 januari 2020 in werking treden. Alle ins en outs over de veranderingen hebben wij voor u uiteengezet in deze blog.

De wet herziening partneralimentatie spitst zich toe op de duur van de partneralimentatie. Onder de huidige wetgeving verstrijkt de verplichting tot het betalen van partneralimentatie door de alimentatieplichtige van rechtswege na een termijn van twaalf jaar. Deze termijn begint te lopen op de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Wat staat er in de nieuwe wet?

Onder de nieuwe wetgeving is de hoofdregel dat de termijn voor het betalen van partneralimentatie in beginsel de helft van de duur van het huwelijk bedraagt, met een maximum van vijf jaar. Wanneer u bijvoorbeeld vier jaar gehuwd was, betekent dit dat de partneralimentatieverplichting twee jaar duurt. Er is echter een aantal uitzonderingen gemaakt.

Uitzonderingen

De eerste uitzondering geldt voor mensen die een langdurig huwelijk hebben gehad, waarbij onder een langdurig huwelijk wordt verstaan een huwelijk van langer dan vijftien jaar. Tevens is bij deze uitzondering vereist dat de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaar jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. In deze situatie geldt dat de alimentatieverplichting niet eerder zal eindigen dan op het tijdstip waarop de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd bereikt. De termijn voor partneralimentatie kan daarmee worden opgerekt tot een maximum van tien jaar.

De tweede uitzondering is van toepassing wanneer er tijdens het huwelijk kinderen zijn geboren die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt. De alimentatieverplichting zal in deze situatie doorlopen totdat het jongste kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. Dit betekent dat de alimentatietermijn in dit geval dus kan uitkomen op maximaal twaalf jaar.

De derde en tevens laatste uitzondering is van toepassing bij alimentatiegerechtigden van vijftig jaar en ouder, die langer dan vijftien jaar gehuwd zijn geweest. De mensen die tot deze groep behoren hebben recht op tien jaar partneralimentatie. Deze uitzondering vervalt echter zeven jaar na de inwerkingtreding van dit nieuwe wetsvoorstel.

Mochten in uw situatie meerdere van de hierboven genoemde uitzonderingen van toepassing zijn, dan geldt de uitzondering met de langste alimentatietermijn.

Voor wie heeft dit wetsvoorstel eventuele consequenties?

Voor partneralimentatieverplichtingen die voor 1 januari 2020 door de rechter zijn vastgesteld of door partijen zelf zijn overeengekomen, verandert er niets. In die situatie blijft u verbonden aan de termijn voor partneralimentatie die op dit moment van toepassing is. Ook op verzoeken die voor 1 januari 2020 bij de rechtbank worden ingediend, blijft de huidige wetgeving van toepassing.

 

Op verzoeken die na 1 januari 2020 bij de rechtbank worden ingediend, is de nieuwe wetgeving wel van toepassing. Ook als u na die datum in onderling overleg met uw ex-partner een partneralimentatieverplichting overeenkomt gelden de nieuwe regels. Overigens is het niet zo dat iedereen die minder verdient dan zijn of haar ex-partner automatisch aanspraak kan maken op partneralimentatie. Zo gaat kinderalimentatie nog altijd voor op partneralimentatie. Pas indien uw ex-partner daarna nog voldoende ruimte in de portemonnee overhoudt, kan worden gedacht aan partneralimentatie. Voorts wordt er altijd gekeken naar de behoefte van de alimentatiegerechtigde, naar in hoeverre de alimentatiegerechtigde in zijn of haar eigen behoefte kan voorzien en de draagkracht van de alimentatieplichtige.

Mocht u vragen hebben over partneralimentatie of andere onderwerpen, neem dan gerust contact op met een van onze advocaten via 026-3823114 of info@boevefamilierecht.nl.